Op een voordelige manier geld uit uw vennootschap halen: Groepsverzekering of IPT
Een groepsverzekering is in feite een ‘appeltje voor de dorst’ dat uw vennootschap voor u opbouwt (aanlegt) en dat u in principe uitgekeerd zal worden op het moment waarop u met pensioen gaat of dat aan uw erfgenamen uitgekeerd zal worden ingeval u vroeger zou overlijden.
1. Begrip
1.1. Wat wordt er bedoeld met een ‘groepsverzekering’?
Algemeen. In feite is het vergelijkbaar met een zgn. gemengde levensverzekering die u privé zou afsluiten. Ook in dat geval zal er u op de einddatum immers een kapitaal uitgekeerd worden of zal het vroeger uitgekeerd worden aan uw erfgenamen als u vóór de einddatum zou overlijden.
Het verschil is echter dat u de premies van een individuele levensverzekering moet betalen van uw netto-inkomsten, dus nadat u daar zelf al belastingen e.d. op betaald heeft. De premies van een groepsverzekering daarentegen worden betaald door uw vennootschap en zijn voor de vennootschap bovendien onder bepaalde voorwaarden fiscaal aftrekbaar. Uw vennootschap kan de premies dus als het ware betalen van bruto-inkomsten (d.i. vóór belasting).
Rendement. De premies die de vennootschap betaalt, worden jaarlijks zo goed mogelijk belegd door de verzekeringsmaatschappij, zij het dat die u in ieder geval een jaarlijkse opbrengst garandeert van thans ± 1,75%. Die jaarlijkse opbrengst wordt op haar beurt elk jaar opnieuw belegd (lees: gekapitaliseerd).
Naast dit gewaarborgde rendement heeft u ook recht op een deelname in de winst die de verzekeringsmaatschappij heeft kunnen maken door uw premies te beleggen. Deze winstdeelname staat uiteraard niet voorafgaandelijk vast, maar varieert van jaar tot jaar.
Het uiteindelijke kapitaal dat u op de einddatum van het contract uitgekeerd zal worden, bestaat dus uit gekapitaliseerde winsten enerzijds en de jaarlijkse winstdeelnames anderzijds.
Economisch risico. Uw vennootschap betaalt de premies en is als zodanig dus ook de verzekeringnemer, maar dat neemt niet weg dat u zelf toch de rechtstreekse begunstigde van het contract bent. Dat komt er kortweg op neer dat de uitkering van uw groepsverzekeringskapitaal niet in het gedrang komt als de vennootschap failliet zou gaan, als u uw vennootschap zou willen verkopen, enz.
1.2. Voor wie kan er een groepsverzekering afgesloten worden?
Algemeen. In principe kan er voor iedereen die aan de vennootschap verbonden is een groepsverzekering afgesloten worden. Het kan dus zowel voor uzelf als voor de kaderleden, de bedienden, de arbeiders, enz. Het is hoe dan ook van belang dat een groepsverzekering een collectief karakter heeft (art. 35, §1, 2° KB/WIB 92). Ze moet dus steeds afgesloten worden voor een wel bepaalde ‘groep’ of categorie.
Dus niet voor u alleen? Eventueel wel. Het is wel vereist dat de groepsverzekering voor een bepaalde groep aangegaan wordt, maar niets belet dat die groep voorlopig uit één persoon bestaat, namelijk uzelf. Bent u bv. de enige aandeelhouder en bestuurder van uw BV, dan is het perfect mogelijk om een groepsverzekering af te sluiten voor de categorie ‘bestuurders’.
Het feit dat u op uw eentje de enige categorie vormt, is dus geen bezwaar, maar bestuurders die eventueel later benoemd worden, zullen dan ook aangesloten moeten worden bij de groepsverzekering (parl. vr. nr. 23, Pieters, 26.11.1999).
Wat als uw collega-bestuurder niet wil? In feite is er dan een klein probleempje, zij het dat alle bestuurders die reeds benoemd zijn op het moment waarop de vennootschap het groepsverzekeringscontract wil aangaan en die dus reeds behoren tot de categorie ‘bestuurders’, een soort ‘weigeringsrecht’ hebben.
Een collega-bestuurder kan dus in het begin kenbaar maken dat hij niet wil meegaan in het verhaal van de groepsverzekering. Dit betekent echter niet dat uw vennootschap dan geen groepsverzekering meer voor u kan aangaan. Dankzij dit ‘weigeringsrecht’ kunt u m.a.w. toch een groepsverzekering aangaan voor de categorie van bestuurders, ook al doet niet elke bestuurder van in het begin mee.
Van belang is wel dat dit weigeringsrecht alleen bestaat voor diegenen die reeds tot de categorie (groep) behoren op het moment waarop de groepsverzekering aangegaan wordt. Bestuurders die er later eventueel nog bijkomen, hebben wat dat betreft dus geen keuze meer. Zij moeten dus aangesloten worden.
1.3. Wat is dan een individuele pensioentoezegging (IPT)?
Beter alternatief. Het is mogelijk om een zgn. individuele pensioentoezegging (IPT) af te sluiten ten gunste van één bedrijfsleider (uzelf dus) (art. 52, 3°, b, 2° streepje WIB 92). Deze pensioentoezegging komt in feite op hetzelfde neer als een groepsverzekering en de fiscale regels zijn ook dezelfde, zij dat het hier wel effectief gaat om een individuele polis. In tegenstelling tot bij een groepsverzekering moet een individuele pensioentoezegging dus niet afgesloten worden voor een bepaalde groep of categorie, integendeel zelfs, ze is net bedoeld om voor één persoon (uzelf dus bv.) afgesloten te worden. Een IPT is dus flexibeler dan een groepsverzekering. De fiscale regels zijn verder precies dezelfde als voor een groepsverzekering, dus overal waar in dit hoofdstuk ‘groepsverzekering’ wordt gebruikt, wordt daarmee ook een IPT bedoeld.
1.4. Heeft een groepsverzekering nog zin als u al jaren bezig bent?
Principe. Omdat een groepsverzekering in feite een kapitaal voor u opbouwt tegen de tijd dat u met pensioen gaat, is het uiteraard interessanter om ermee te beginnen als u 20 jaar bent dan wanneer u bv. 55 jaar bent. Hoe meer premies u immers kunt storten, hoe hoger het kapitaal zal zijn dat u uitgekeerd zal worden. En hoe langer de periode tijdens dewelke u premies kunt storten, hoe financieel draaglijker (lees: hoe lager) die premies zullen zijn om eenzelfde kapitaal bijeen te krijgen. Hier geldt dus hetzelfde principe als bij een levensverzekering: hoe jonger u ermee begint, hoe goedkoper de premies.
Backservice. Het interessante bij een groepsverzekering is echter dat u niet alleen premies kunt storten voor de toekomst, maar ook voor het verleden en dit zowel voor uw verleden binnen de vennootschap waarvan u nu bestuurder of zaakvoerder bent als uw verleden daarbuiten, zij het – wat dit laatste betreft – dan wel voor maximaal tien jaar (art. 59, §1, lid 3 WIB 92).
Voorbeeld
Stel, u bent nu 15 jaar bestuurder/zaakvoerder. Daarvóór bent u 12 jaar bediende geweest. U kunt dan via de groepsverzekering niet alleen premies betalen voor de jaren waarin u nog bestuurder/zaakvoerder zal zijn, maar ook voor de voorbije 15 jaar dat u dat geweest bent én bovendien voor 10 jaar van uw carrière daarvoor als bediende.
Samengevat kan uw vennootschap dus premies betalen voor:
- elk van de volgende jaren waarin u nog bedrijfsleider zal zijn;
- alle voorbije jaren waarin u reeds bedrijfsleider was, maar tijdens dewelke de vennootschap nog geen groepsverzekering had;
- de jaren die u gewerkt heeft vóór u bedrijfsleider werd van uw vennootschap, zij het wel voor maximaal 10 jaar.
Het is wel van belang dat 40 jaar de maximumloopbaan is die voor de groepsverzekering in aanmerking genomen mag worden, dus voor het verleden en de toekomst samen (art. 34, 3° KB/WIB 92).
2. Gevolgen bij uw vennootschap
2.1. Is de premie groepsverzekering aftrekbaar voor uw vennootschap?
Ja. In principe zijn de premies die uw vennootschap voor u betaalt fiscaal aftrekbaar, maar dan wel op voorwaarde dat u loon opneemt uit uw vennootschap.
Een groepsverzekering biedt dus niet alleen het voordeel dat u de kosten van ‘uw appeltje voor de dorst’ kunt verleggen naar uw vennootschap, maar ook dat de fiscus uw ‘appeltje’ nu voor een stuk mee financiert. Privé kunt u immers weinig of geen fiscaal voordeel genieten met een levensverzekeringspremie, terwijl de premie groepsverzekering voor uw vennootschap onder bepaalde voorwaarden wel volledig aftrekbaar is.
Voorwaarden. Algemeen kan er gesteld worden dat de premie voor uw vennootschap fiscaal aftrekbaar is als de zgn. 80%-regel gerespecteerd wordt. Die regel komt kortweg op het volgende neer: hoe meer loon u opneemt, hoe meer premie uw vennootschap fiscaal in de kosten kan brengen. We kijken even verder hoe deze 80%-regel precies in elkaar zit.
2.2. Hoe moet die fameuze 80%-regel begrepen worden?
Principe. De premie is aftrekbaar voor uw vennootschap op voorwaarde dat ‘de wettelijke en de extrawettelijke toekenningen naar aanleiding van de pensionering, uitgedrukt in jaarlijkse renten, niet hoger zijn dan 80% van de laatste normale brutobezoldiging’ én op voorwaarde dat ‘de premie berekend wordt naar de normale duur van de beroepswerkzaamheid’ (art. 59, §1, lid 1, 2° WIB 92).
Wettelijke en extrawettelijke toekenningen. Dat slaat op het wettelijke pensioen dat u krijgt van de overheid én op de uitkering die u krijgt van de groepsverzekering die uw vennootschap voor u afgesloten heeft. Van belang ter zake is dat ook de uitkeringen van eventuele andere groepsverzekeringen (van andere werkgevers/vennootschappen), van eventuele bedrijfsleidersverzekeringen, van individuele pensioentoezeggingen en van een VAP (vrij aanvullend pensioen zelfstandigen) meegerekend moeten worden. Met de uitkeringen van een individuele levensverzekering en/of pensioensparen moet daarentegen geen rekening gehouden worden (art. 59, §4 WIB 92).
Uitgedrukt in jaarlijkse renten. Die toekenningen ‘mogen niet meer bedragen dan 80% van...’, enz. Krijgt u bij uw pensionering een kapitaal uitgekeerd, dan zal dat kapitaal uiteraard hoger liggen dan 80% van uw laatste loon, daarom moet dit kapitaal uitgedrukt worden in een zgn. jaarlijkse rente, d.i. een overeenstemmend bedrag van dat kapitaal op jaarbasis.
Brutobezoldiging. Wat telt is uw brutobezoldiging, d.i. vóór aftrek van beroepskosten en sociale bijdragen. Verder is het van belang dat het gaat om bezoldigingen die u regelmatig en minstens maandelijks opneemt, zoals uw eigenlijke loon en uw voordelen alle aard die maandelijks toegekend worden, maar niet om bv. eenmalige bonussen, gratificaties, tantièmes, enz. (art. 34, 1° WIB 92; Comm. IB 59/32).
Laatste normale brutobezoldiging. In principe is dit het inkomen van het jaar vóór u met pensioen gaat (art. 34, 2° KB/WIB 92; Comm. IB 59/33). Aangezien u nu uiteraard nog niet weet wat u dan zal verdienen, moet u hier in de praktijk uw huidige bezoldiging gebruiken als referentie met dien verstande dat u (uw vennootschap) later eventueel nog premies kunt bijstorten als blijkt dat uw inkomen intussen gestegen is.
Normale duur beroepswerkzaamheid. Voor de berekening van de aftrekbare premie moet ervan uitgegaan worden dat uw vennootschap nog premies zal betalen tot u met pensioen gaat. Ook voor de reeds verstreken jaren (in of buiten de vennootschap) mogen er nog premies betaald worden (een zgn. backservice en/of inhaalbijdrage) (art. 59, §1, lid 3 WIB 92).
2.3. Hoe wordt zo’n aftrekbare premie berekend?
In principe is dat natuurlijk het werk van uw verzekeringsmakelaar, maar om u toch een idee te geven, schetsen we hieronder even kort hoe dit in zijn werk gaat (Comm. IB 59/41).
Stap 1: te verzekeren jaarrente. Het eerste wat berekend moet worden, is de zgn. jaarrente: het inkomen dat u als gepensioneerde jaarlijks mag ontvangen. Dat mag dus niet hoger zijn dan (samengevat) 80% van uw huidige jaarloon verminderd met uw wettelijke pensioen. Omdat u uiteraard nu nog niet weet hoeveel uw officiële pensioen zal zijn, mag u dat in principe ramen op 25% van uw (huidige) jaarloon (Ci.RH. 243/570.276, 27.07.2005).
Ten slotte moet u rekening houden met de normale duur van uw loopbaan (art. 34, 3° KB/WIB 92):
|
maximale jaarrente = (huidig loon × 80% - wettelijk pensioen) × (duur contract / 40) |
Stap 2: bruto-uitkering. De volgende stap is berekenen hoeveel de groepsverzekering u bij uw pensionering (eenmalig) moet uitkeren om jaarlijks die maximale jaarrente ‘te verdienen’. Het is namelijk op dat kapitaal dat de premie min of meer berekend zal worden. Het omzetten van die jaarrente in een eenmalig kapitaal gebeurt met een bepaalde coëfficiënt die verschilt naargelang van de leeftijd die u heeft als het groepsverzekeringscontract afloopt (art. 35, §3, lid 2 KB/WIB 92).
|
bruto-uitkering = maximale jaarrente × coëfficiënt |
Stap 3: noodzakelijke correcties. De uitkering van de groepsverzekering bevat ook een gedeelte ‘winstdeelname’, d.i. in feite de beleggingsopbrengst van de betaalde premies. Voor deze winstdeelname moeten m.a.w. geen premies betaald worden, ze moet uit de bruto-uitkering gehaald worden. Daarvoor mag de winstdeelname geraamd worden op 20% (Ci.RH. 243/376.395, 04.02.1987) en gaat u als volgt te werk:
|
winstdeelname = bruto-uitkering × 20/120 |
Stap 4: netto te verzekeren kapitaal. Dit is het bedrag waarop de aftrekbare premie berekend mag worden en het is gelijk aan de bruto-uitkering min de winstdeelname.
2.4. Zijn er taksen of heffingen verschuldigd bovenop de premie?
RSZ-bijdrage van 8,86%? Neen, bovenop de premie is uw vennootschap geen zgn. RSZ-bijdrage van 8,86% verschuldigd. Deze RSZ-bijdrage geldt immers alleen voor werknemers.
Verzekeringstaks. Zoals op zoveel verzekeringspremies is er wel nog een verzekeringstaks verschuldigd van – in dit geval – 4,4% (art. 1751, §2 WDRT). Deze taks is voor de vennootschap in principe aftrekbaar.
2.5. Is de latere uitkering aftrekbaar bij de vennootschap?
Neen. Uw vennootschap is immers niet de begunstigde van de groepsverzekering en zal dus op het einde van het contract ook geen uitkering ontvangen die ze u dan bv. moet doorstorten (zoals dat bv. het geval is bij een bedrijfsleidersverzekering).
Bij een groepsverzekering komt uw vennootschap dus alleen op het toneel als het gaat om de betaling van de premies. Bij de latere uitkering komt zij er m.a.w. niet meer aan te pas. Er wordt op dat moment niets bij haar belast en er is ook niets meer aftrekbaar.
3. Gevolgen bij u privé
3.1. Wordt u privé belast op de premie?
Neen. De premie groepsverzekering die uw vennootschap voor u betaalt, wordt bij u privé niet belast, hoewel u wel de rechtstreekse begunstigde bent van het contract. De premie is dus aftrekbaar bij uw vennootschap en niet belastbaar bij u privé (art. 38, §1, lid 1, 19° WIB 92).
3.2. Wordt de latere uitkering bij u privé belast?
Ja. ‘In ruil voor’ de aftrek van de premie bij de vennootschap en de niet-belastbaarheid ervan bij u privé wordt de latere uitkering van de groepsverzekering wel belast bij u privé (art. 34, §1, 2°, a-c WIB 92), behalve de daarin begrepen winstdeelname (art. 40 WIB 92). Deze belasting wordt echter in hoofdzaak ingehouden door de groepsverzekeringsmaatschappij, samen met een aantal ‘parafiscale heffingen’.
Inhoudingen. Samengevat ondergaat de latere uitkering van een groepsverzekeringscontract de volgende inhoudingen:
- een solidariteitsbijdrage van 2% die berekend wordt op de bruto-uitkering, dus ook op de winstdeelname die daarin inbegrepen zit;
- een zgn. RIZIV-bijdrage van 3,55%, eveneens berekend op de bruto-uitkering;
- een bedrijfsvoorheffing van in principe 16,5% (art. 171, 4°, f WIB 92), berekend op het zgn. netto verzekerd kapitaal verminderd met de solidariteitsbijdrage en de RIZIV-bijdrage. Dit komt er m.a.w. op neer dat de winstdeelname op zich niet belastbaar is en dat de bovenvermelde ‘sociale heffingen’ fiscaal aftrekbaar zijn. Het tarief bedraagt 10% in plaats van 16,5% als de uitkering gebeurt vanaf de wettelijke pensioenleeftijd en als u ook tot dan professioneel actief blijft (art. 171, 2°, b WIB 92). Anderzijds bedraagt het tarief geen 16,5% maar 20% wanneer het pensioenkapitaal uitgekeerd wordt tussen 60 en 61 jaar (art. 171, 3°bis WIB 92) en 18% wanneer dit gebeurt tussen 61 en 62 jaar (art. 171, 2°quater WIB 92). Sowieso mag uw aanvullend pensioen ten vroegste uitbetaald worden op de datum dat u uw wettelijk pensioen opneemt (wet 18.12.2015, BS 24.12.2015). Feitelijk komt het erop neer dat u uw aanvullend pensioen pas kunt opnemen als u op uw 66 jaar effectief met pensioen zal gaan.
Is de inhouding definitief? Neen, de uitkering moet uiteindelijk ook nog opgenomen worden in uw privébelastingaangifte. Dit houdt in dat er in principe ook nog gemeentebelasting over verschuldigd is. Anderzijds betaalt u er echter geen sociale bijdragen op en u moet er ook niet op voorafbetalen.
Voorwaarde. De gunstige belasting privé geldt alleen als het kapitaal opgevraagd wordt op een zgn. gunstig moment: op de einddatum van het contract (normale pensioenleeftijd) of vanaf de leeftijd van 60 jaar. Een vervroegde definitieve opname is dus in principe niet mogelijk, tenzij het zou bedoeld zijn voor het kopen of (ver)bouwen van een woning. In dat geval gaat het echter om een zgn. belening van het groepsverzekeringscontract en u moet dan privé interesten betalen op het vooraf opgenomen bedrag.
3.3. Is dit combineerbaar met het VAPZ?
Ja. De combinatie van VAPZ-bijdragen die privé afgetrokken worden en groepsverzekeringspremies die door uw vennootschap afgetrokken worden, is perfect mogelijk.
De ‘80%-grens’. Betaalt u privébijdragen in het kader van het zgn. vrij aanvullend pensioen voor zelfstandigen (VAPZ), dan moet daarmee in principe wel rekening gehouden worden voor de berekening van de zgn. 80%-grens. U zal dus een kleiner kapitaal kunnen verzekeren via de groepsverzekering.
4. Gevolgen op het vlak van de btw
4.1. Nihil
Het afsluiten van een groepsverzekering heeft geen enkel gevolg op het vlak van de btw. De premies, noch de uitkering zijn dus op de een of andere manier onderworpen aan btw.
5. Voorbeeld
We geven de verschillende fiscale gevolgen van een groepsverzekering (zoals reeds toegelicht) nog even weer aan de hand van het onderstaande cijfervoorbeeld (van toepassing voor inkomstenjaar 2026).
We gaan daarbij eerst na wat een groepsverzekering in feite ‘netto’ kost aan uw vennootschap en vervolgens berekenen we wat u daar zelf privé netto (d.w.z. ná aftrek van belastingen, sociale bijdragen, enz.) van overhoudt.
Er wordt daarbij uitgegaan van de volgende veronderstellingen:
|
Betaalde premie op jaarbasis |
€ 2.500,00 |
|
Tarief vennootschapsbelasting |
20% |
|
Gemeentebelasting |
7% |
|
Gewaarborgd rendement |
1,5% |
|
Winstdeelname |
2% |
|
We gaan er hierbij wel van uit dat er voldaan is aan de zgn. 80%-regel en dat u het kapitaal opneemt op uw 66ste en ook tot dan werkt. |
|
|
Gevolgen bij uw vennootschap |
||||
|
Belastbare winst in de vennootschap vóór het betalen van de premie groepsverzekering |
€ |
2.500,00 |
||
|
De door de vennootschap betaalde premie |
€ |
- 2.500,00 |
||
|
Belastbaar in de vennootschap (de premie is volledig fiscaal aftrekbaar) |
€ |
0 |
||
|
Vennootschapsbelasting |
€ |
- 0 |
||
|
Nog beschikbaar in de vennootschap |
€ |
0 |
||
|
Nettokosten voor uw vennootschap (de premie min de belasting die de vennootschap daardoor uitspaart) |
€ |
2.000,00 |
80% |
|
|
Gevolgen bij u privé |
||||
|
Uitgespaarde premie |
€ |
2.500,00 |
||
|
Gewaarborgd rendement (1,50%) |
€ |
37,50 |
||
|
Winstdeelname (2%, zie basisveronderstellingen bovenaan) |
€ |
50,00 |
||
|
Totale uitkering |
€ |
2.587,50 |
100% |
|
|
Diverse inhoudingen van 5,55% op de totale uitkering, dus op € 2.587,50 (RIZIV-bijdrage van 3,55% en solidariteitsbijdrage van 2%) |
€ |
- 143,60 |
||
|
Personenbelasting (10% van € 2.393,90) (afzonderlijk belastbaar tegen 10%, echter niet op winstdeelname en na aftrek van de diverse inhoudingen van 5,55%) |
€ |
- 239,39 |
||
|
Gemeentebelasting (7% × € 239,39) |
€ |
- 16,75 |
||
|
Totaal verschuldigde ‘belasting’ |
€ |
- 399,74 |
15,45% |
|
|
Netto beschikbaar voor u privé (€ 2.587,50 - € 399,74) |
€ |
2.187,76 |
84,55% |
|
6. Pro’s & contra’s
6.1. Voordelen van een ‘groepsverzekering’
- Aftrekbare pensioenopbouw. De premies zijn onder bepaalde voorwaarden volledig aftrekbaar bij uw vennootschap. De fiscus sponsort uw pensioen dus als het ware, wat niet gezegd kan worden als u privé premies zou betalen voor bv. een levensverzekering of het pensioensparen.
- Geen voordeel alle aard. De premies groepsverzekering die uw vennootschap voor u betaalt en die bij haar in principe ook fiscaal aftrekbaar zijn, zijn bij u privé niet belastbaar als een soort van voordeel alle aard.
- Ook nog voor het verleden. Via de zgn. backservice kunnen er ook fiscaal aftrekbare premies betaald worden voor de voorbije jaren, zowel binnen als buiten de vennootschap, zij het wat dit laatste betreft wel voor maximaal tien jaar.
- Gunstige belasting van de uitkering. De latere uitkering van de groepsverzekering wordt bij u privé in het beste geval tegen slechts 10% belast. De winstdeelname die in de uitkering begrepen zit, is bovendien belastingvrij.
- Goed rendement. De groepsverzekering geeft naast een winstdeelname een gewaarborgd rendement van thans ± 1,5%, wat hoe dan ook vergelijkbaar is met gelijkaardige producten (bv. levensverzekering, pensioensparen, enz.).
6.2. Nadelen van een ‘groepsverzekering’
- Uitgestelde verloning. Een groepsverzekering geeft u niet onmiddellijk cash geld in handen, maar is te beschouwen als een uitgestelde verloning. U koopt er nu m.a.w. geen brood van, maar anderzijds moet u privé natuurlijk ook geen extra pensioenopbouw financieren.
- Collectief karakter. Een groepsverzekering moet in principe afgesloten worden voor alle personen van dezelfde categorie. Bent u dus met meerdere bedrijfsleiders, dan moet iedere huidige én toekomstige bedrijfsleider in principe aangesloten worden. Hieraan kan er evenwel verholpen worden door de zgn. individuele pensioentoezegging.
- U moet een loon opnemen. De zgn. 80%-regel (voorwaarde voor de aftrek van de premie) houdt in dat u verplicht bent om loon op te nemen uit uw vennootschap en hoe hoger u de uitkering van uw groepsverzekering wilt, hoe meer loon u zal moeten opnemen. Onrechtstreeks financiert u ‘uw appeltje voor de dorst’ dus eigenlijk ook een beetje zelf.
- Tantièmes tellen niet mee. Voor de aftrekbaarheid van de premies is het niet alleen vereist dat u loon opneemt, maar ook dat dit loon u periodiek en minstens maandelijks toegekend wordt. Een tantième dat pas toegekend wordt na het boekjaar kan dus niet meetellen voor de berekening van de aftrekbare premie groepsverzekering.
- Beperkte combinatie met het VAPZ. Als bedrijfsleider kunt u privé ook bijdragen betalen in het kader van het zgn. vrij aanvullend pensioen. In principe moet er bij de berekening van die 80%-grens dan rekening gehouden worden met het VAPZ dat u privé opbouwt.
Deze website gebruikt zowel eigen cookies als cookies van derden om onze diensten en navigatie op onze website te analyseren om de inhoud te verbeteren (analytische doeleinden: bezoeken en bronnen van webverkeer meten). De wettelijke basis is de toestemming van de gebruiker, behalve in het geval van basiscookies, die essentieel zijn om door deze website te navigeren.